Ciao Alex
3 mei 2026 - Fiesso, Venezia, Italië
Sinds een aantal jaren heb ik een motor. Een Moto Guzzi. Een Italiaans merk met een rijke historie. Ik moet bekennen. Ik heb op dit moment meer kilometers op de Bikkel gemaakt dan de Guzzi.
Motorrijders hebben de mooie eigenschap naar elkaar te zwaaien. De een subtiel, met één of twee vingertjes, de ander iets meer overdreven. Slechts een enkeling niet. Heel amicaal eigenlijk. Je kent mekaar niet, maar je behoort tot een groep en groet.
Een bepaald soort fietsers, heb ik ontdekt, heeft dat ook. Niet de fietsers die onderweg zijn naar school, de supermarkt of het werk. Niet de mountainbiker of gravelrijder. Lang niet alle wielrenners. Welke groep dan wel? De lange afstandrijders. De fietsers met hun stalenros bepakt en bezakt. Helmpje op, reflectievestje of -jasje aan, trappend in een relaxte tred en om zich heen kijkend naar al het moois dat voorbijkomt.
Ja, ja, lange afstandrijders letten ondertussen zeker op de weg. Misschien wel extra. Want ze weten, een foutje kan einde reis betekenen of in ieder geval een hoop gedoe. Daar zitten we niet op te wachten. Als zo'n slowrider nadert voel ik nieuwgierigheid in me opkomen. Waar komt hij vandaan, waar trapt hij heen en hoe lang is hij onderweg?
In tegenstelling tot de dagjesmensen -heel veel gisteren en ook zondag- kom ik de lange afstandrijders maar weinig tegen. Maar als..... Dan gaat 9 van de 10 keer het vingertje of de hand omhoog. Net als bij de motorrijders. Toch een beetje van: We are brothers and sisters.
De etappe van zaterdag. Die ging, voor het eerst, niet alleen over de weg. Ik zit in de buurt van Venetië. Dus, u raadt het al, ook met de boot. Één keer met een iets grotere schuit die me van Grado naar Lugnano vaart. De andere keer een toeristisch pontje. De wachttijd bij die laatste liep op tot een uur vanwege pauze en drukte. De over te zetten fietsers zijn vooral gravel- en mountainbikers.
Zaterdag trap ik 90 kilometer weg. Zondag besluit ik rustig aan te doen en staat de teller op 70 kilometer. Ik kies er daarbij voor om Venetië links te laten liggen. Je kunt er via de eilandjes onderdoor fietsen. Maar de accommodaties zijn er duur. Een camping is een alternatief. Maar ik tel geen 31 euro neer voor een tent, net iets groter dan een slaapzak. Ook ben ik niet zo van het Adriatische toerisme. Italianen hebben in heel veel dingen stijl. Alleen al de nieuwe fietsbruggen, waar ik er vandaag een aantal van passeer. Maar de kust hebben ze op tal van plaatsen minder mooi ingericht. De tentovernachting vrijdag verliep op twee plofjes van het matras overigens redelijk.
Anyway. Van Venetië wordt gezegd dat je dat een keer in je leven bezocht moet hebben. Nu zeggen ze dat van meer steden. Als ik de stad al wil bezoeken dan voor het het eerst, samen met mij lief.
Morgen pik ik aan op de Reitsemaroute. Die moet me naar Rome leiden. Het vlakke land zal de komende dagen langzaam verdwijnen en plaatsmaken voor de Apennijnen. We gaan het zien. Het is nog weekend, 24 graden, de zon schijnt, als ik dit verhaal tik. Ik heb twee geweldige fietsdagenachter de rug.
Iets anders. Gisteren overleed een groot Italiaans sporticoon, Allesandro (Alex) Zanardi. Ik denk dat dit in Nederland ook wel het nieuws gehaald heeft. Zowel gisteren als vandaag zag ik indrukwekkende hommages op de Italiaanse zenders en in de kranten. Het greep me bij de strot.
Zanardi was geen slowrider. Integendeel. Hij was een pracht mens, een doorzetter, die ondanks tegenslagen de draad steeds oppakte. Een groot kampioen. Ciao Alex!












Je bent een bikkel en gaat als een speer. gr. Jan en Marian